Tuinaanleg van het voorplein en de binnenhof zijn uitgevoerd naar ontwerp van D.F. Tersteeg (1876-1942).
Het voorplein wordt gedomineerd door een centraal cirkelvormig plantsoen met in het midden een vlaggenmast en vier bloembedden. Rondom dit plantsoen loopt de oprijlaan. Het terrein heeft verder een beplanting met diverse boomsoorten, waaronder lindebomen, een bruine beuk en een trompetboom.
De binnenhof heeft een formele aanleg. Er zijn twee kruisende assen: één as begint bij de ingang en eindigt bij de kapel en de tweede as vormt de verbinding tussen twee zuilenportieken. Op de kruising van de twee assen staat een gietijzeren waterpomp. De beplanting bestaat onder andere uit kegelvormig gesnoeide taxus op de hoeken van de vier door gras omzoomde perken en verder hulst en rozestruiken.
Bescherming waard
De tuin is van belang vanwege het geheel met het gebouw, hekwerk en pomp. Bovendien van tuinarchitectuur-historische waarde als goed voorbeeld van Nieuw-Architectonische tuinstijl. De formele aanleg van de tuin sluit nauw aan bij de architectuur van het complex.
De tuin is ook van belang voor het oeuvre van tuinarchitect D.F. Tersteeg (1876-1942). De tuin is een van de weinige ontwerpen die niet bij een landhuis of villa hoorden. Het ontwerp dateert uit een periode waarin zijn werk landelijke bekendheid gaat krijgen en de opdrachten gaan toenemen.
Ga naar Dieren →
(
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
© CC BY-SA
)