Dit perrongebouw is gebouwd in 1902 in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Spoorwegen. Het perrongebouw bestond oorspronkelijk uit twee wachtkamers, één voor eerste en één voor tweede klas.
In september 1944 raakte het zeer beschadigd tijdens een bombardement. Daarbij is het hele stationsgebouw uit 1865 verdwenen.
Het perrongebouw heeft een rechthoekige plattegrond en een simpel dak dat onderdeel uitmaakt van de perronoverkapping.
De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een boogfries van bogen met gele bakstenen tussen consoles van natuursteen. Zowel de voorgevel (aan de zijde van de Burgemeester de Bruinstraat) als de achtergevel bestaat uit acht delen. Ze zijn bijna allemaal voorzien van een raam met bovenlicht en een segmentboog met natuurstenen aanzet- en sluitstenen. In het vijfde deel bevindt zich een ingang tot het gebouw.
Alle kozijnen zijn gedecoreerd met siermotieven. De overkapping heeft nog de originele ijzeren vakwerkspanten en gietijzeren sokkels.
Levendige omgeving
Door de aanleg van de tunnelbak voor autoverkeer en de herinrichting rond spoor en weg is de omgeving van het station sterk veranderd.
Het was sinds de aanleg van het station een levendige plek.
(
Onbekend
© Onbekend
)