Gebouwd erfgoed Ellecom

Landgoed Dalstein

Het herenhuis Dalstein ontstond rond 1844, nadat een oude boerenhoeve was aangekocht van de familie Wigmans en dit werd uitgebouwd tot een groot landhuis. De nieuwe eigenaar was de Zutphense wijnkoper Mispelblom Beyer. Het huis zou drie generaties lang in bezit van deze familie blijven.

In de balken van de oude hoeve vond men een jaartal 1823.  Na het vertrek van het laatste gezin van deze familie, de familie Müller Kühlenthal, kwam in 1929 Mevr. Guepin-Dronsberg van der Linden in het bezit van het grote landgoed. Zij verkocht het in 1949.
Het huis wisselde daarna nog driemaal kortstondig van eigenaar met wisselende functies.

Het huis werd in 1972 afgebroken, waar na twintig jaar het kleine wijkje Dalstein voor in de plaats kwam. Het enige dat rest van de oude villa is de verdiepte tuin met gemetselde vijver en het winterhuisje Klein Dalstein (tegenwoordig de Trottels geheten) aan de Binnenweg.

Eigenaren van Dalstein en bouwperioden
Hendrik David Mispelblom Beyer, azijnfabrikant te Zutphen, had vóór 1840 een oude hoeve gekocht van Hendrik Jan Wigmans.
In 1844 werd dit huis uitgebouwd tot een herenhuis en buitenplaats. Als tegenstelling tot het hoger gelegen Bergstein (en wellicht ook als woordspeling) gaf Mispelblom Beyer het huis de naam Dalstein. In 1855 volgde een uitbouw met een verdieping op het huis.

Twee generaties later, in 1894, huwde de dochter Johanna Gerharda met de zeer welgestelde kunstenaar uit Baden Baden, Wilhelm Emanuel Müller Kühlenthal. Met hem kwam zijn vader mee, voor wie een huis werd gebouwd aan de Friedhof, te weten Mon Repos. Na het verlies op de beurzen in 1918 door de Russische revolutie kwam het gezin in faillissement te verkeren en moest het landgoed worden verkocht.

Nieuwe eigenaar werd in 1929 mevr. Annette Guepin-Dronsberg van der Linden met haar vijf kinderen. In 1936 liet zij een winterhuisje bouwen aan de Binnenweg, genaamd Klein Dalstein. Het grote huis was namelijk "s winters niet warm te krijgen. Latere bewoners noemden Klein Dalstein de Trottels, waarmee vermoedelijk (in het Engels) naar innerlijke dromen verwezen wordt.

Mevr. Guepin verkoopt het hele landgoed in 1949 aan de Arnhemse arts Van den Hengel en trekt zelf als vaste gast in hotel Klein Bergstein aan de Selsweg. Haar laatste jaren brengt zij door in pension Kastanjeoord aan de Kastanjelaan, waar zij in 1967 overlijdt.

Van den Hengel kwam reeds drie jaar na aankoop op Dalstein te overlijden. Het huis en inboedel werden toen geveild.
Het huis kwam in bezit van het echtpaar Steinmetz. Hij was dichter, zij, Meisa Steinmetz - Labberton arts. Zij begon hier een herstellingsoord voor "beschaafde jonge mensen met lichamelijke, geestelijke of sociale moeilijkheden".

Het huis werd na haar overlijden in 1963 gekocht door aannemer Drijver in De Steeg. Hij verhuurde het huis aan de heer J.H. van de Walle, die een jongensinternaat naar het Comenius-protocol begon voor jongens met een studiehandicap. (Jan Amos Comenius was een Tsjechische theoloog en pedagoog en leefde van 1592 tot 1672.)

Het huis werd in 1972 afgebroken. Twintig jaar later zou hiervoor een klein woonwijkje Dalstein in de plaats komen.

Ga naar Ellecom →
Fullscreen Bekijk volledige kaart
  • Naam: Landgoed Dalstein
  • Adres: Hofstetterlaan
  • Plaats: Ellecom
  • Architect: -
  • Bouwjaar: -
  • Bouwstijl: -
  • Dorpsgezicht: -
  • Buitenplaats: -
Geen monumenten gevonden
Geen bewoners gevonden