Gebouwd erfgoed Spankeren

Lijkenhuisje bij de Petruskerk

In 1874 is een lijkenhuisje tegen de kerktoren aangebouwd; het doet nu dienst als consistoriekamer. Zulke huisjes op kerkhoven en begraafplaatsen zijn het gevolg van twee wetten, nl. de Begrafeniswet van 1869 en de Wet op de Besmettelijke Ziekten van 1872.

In Nederland ontstond aan het einde van de van de 18e eeuw een fascinatie voor het begrip ‘schijndood’. Gevoed door een aantal publicaties hierover, ontstond bij velen angst om levend begraven te worden. Er werd aangenomen dat pas na anderhalve dag kon worden vastgesteld of iemand werkelijk dood was. In 1825 werd dan ook bepaald dat alle begraafplaatsen een schijndodenhuisje moesten hebben.

Op het platteland werden overledenen doorgaans in hun huis opgebaard, maar dat was niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld als iemand was gestorven aan een besmettelijke ziekte. In de wet op besmettelijke ziektes uit 1872 is bepaald dat op alle begraafplaatsen een lijkenhuisje moest staan. Als er al een schijndodenhuisje was, dan kon dat worden gecombineerd.

Een lijkenhuisje werd ook wel baarhuisje genoemd, er werden immers lijken in opgebaard en vaak werd de draagbaar daar opgeslagen.

Ga naar Spankeren →
Fullscreen Bekijk volledige kaart
  • Naam: Lijkenhuisje bij de Petruskerk
  • Adres: Kerkweg 2
  • Plaats: Spankeren
  • Architect: -
  • Bouwjaar: -
  • Bouwstijl: -
  • Dorpsgezicht: -
  • Buitenplaats: -
Geen monumenten gevonden
Geen bewoners gevonden