Het verdwenen Streekmuseum is in 1924 begonnen in de ponystal van de Boecop in De Steeg. Toen deze ruimte te klein was geworden, koos de gemeente als nieuwe locatie Villa Olmenhof aan de toenmalige Larensteinschelaan 1 in Velp.
Natuurhistorisch
Onder grote belangstelling heeft burgemeester W.Th.C. Zimmerman op 4-7-1931 het Streekmuseum voor den Veluwezoom heropend. Het museum toonde inheemse dieren en planten, grondsoorten, zwerfstenen en vroegere oudheden, alles in de streek gevonden. Het is daarom een natuurhistorisch museum te noemen.
Wetenswaardigheden
Naast de "wordingsgeschiedenis van onzen Veluwezoom" kon men aan de wand en in de verschillende vitrines vele bezienswaardigheden bewonderen: half edelstenen, wapens, tropische vlinders, wespennesten, geweien, zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vissen en insecten. Maar ook houtsoorten, boomzaden, zaadkegels, planten en zwammen.
Het natuurhistorisch museum genoot grote bekendheid. In 1932 telde het museum 1300 bezoekers, waaronder veel schoolklassen.
De voorzitter van de vereniging "Streekmuseum voor den Veluwezoom" was Mr. A.C. Bondam. Onder zijn leiding werd een jaar na de heropening in 1931 ook de bovenverdieping van het pand in Velp in gebruik genomen.
Joan Gerard Wurfbain, wonende op landgoed Heuven, schonk in 1939, twee jaar na het overlijden van zijn vader J.W. Wurfbain, diens uitgebreide vogelcollectie aan het museum ‘Streekmuseum ‘Veluwezoom’ in Velp.
Publiciteit kreeg het museum regelmatig, o.a. in De Arnhemsche Courant.
Door een bominslag in 1944 ontstond er brand en ging de hele inventaris verloren. Daardoor kwam er een einde aan het Streekmuseum.
Bronnen:
Velpsche Courant.nl en Delpher krantenarchief
Hans Rijnbende, Het Landgoed Heuven.
(
Onbekend
© Onbekend
)