Aan de Lange Juffer, midden in het huidige bos van Hagenau werd in ca. 1841 de aardappelmoutstokerij De Volharding gebouwd. In de fabriek maakte men uit aardappels moutwijn, die men vervolgens opstookte tot jenever. In die tijd was het een rendabel alternatief voor graanjenever.
In 1845 moest de fabriek haar deuren sluiten, na slechts een aantal jaren draaien. De destijds beruchte aardappelziekte ruïneerde de oogst; de eigenaar raakte in financiële moeilijkheden en de fabriek is uiteindelijk afgebroken.
Puin in de grond is alles wat hier nog rest.
Aardappelziekte
De aardappelziekte, die de Volharding trof, heerste in grote delen van West-Europa en veroorzaakte voedselschaarste en hongersnood. Berucht voorbeeld is Ierland, waar een miljoen inwoners de hongersdood stierven en nog eens een miljoen mensen wegtrokken naar o.a. Noord-Amerika en Australie.
Aardappeloproer in Nederland
In Nederland braken als reactie op de voedseltekorten en stijgende voedselprijzen op verschillende plaatsen onlusten uit. Hoewel de overheid nog probeerde via verlaging van de voedselprijzen het tij te keren, was dit tevergeefs. Onder meer in Leiden, Den Haag en Haarlem waren ongeregeldheden.
In 1845 braken in Delft hevige rellen uit, die slechts met behulp van het leger onderdrukt konden worden. De opstandelingen richtten zich tegen bakkers, kooplieden in aardappels en grutterswaren. In 1847 kwamen bij onderdrukking van het Groninger aardappeloproer zeven mensen om het leven.
(
Onbekend
© Onbekend
)