Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, stuwden gletsjers die vanuit het noorden Nederland binnendrongen het aanwezige zand en grind op tot soms zeer hoge heuvels. De strook heuvels die tevens de uiterste grens vormden tot waar de gletsjers hebben gereikt, noemt men stuwwallen. De strook is waar te nemen van Dieren tot aan Rhenen. Ten oosten van Arnhem noemt men de stuwwallen oostelijke Veluwezoom en stroomafwaarts voorbij Arnhem, de westelijke Veluwezoom.
De heuvels van de stuwwal zijn nu kenmerkend voor ons gebied, zoals de Zijpenberg, Koepelberg, Tafelberg, Rouwenberg, Posbank en vele andere.
Het hoogste punt is het Signaal Imbosch (109,9 m). Toen de gletsjers aan het einde van het Saalien smolten, sleet het smeltwater diepe dalen uit. Deze zijn in dit gebied rond de Posbank en het Middachterbos nog goed te zien. Ook lieten de terugtrekkende gletsjers grote en kleine stenen achter. De grote liggen nu verspreid in het Middachter Bos als z.g. zwerfkeien. Kleiner materiaal komt overal aan de oppervlakte, zoals te zien op de ansichtkaart bij de locatie de Steenkuilen.
Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, bereikten de gletsjers Nederland niet, maar werd door de toen overwegende noord-westenwinden zand en stof in het kale landschap verplaatst. In de luwte van de stuwwallen werd het fijne stof afgezet, dat nu in de erosiedalen
aanwezig is als een laag vruchtbare löss.
Luchtfoto smelwater dalen
Met smeltwaterdalen
(
© Beperkt openbaar, naamsvermelding
)
Smeltwaterdal, oost van Schietbergseweg