
vanaf 2000 v. Chr.
Al vanaf 2000 v. Chr. woonden er langs de IJssel mensen die hun doden verbrandden. In 1954 werd in Dieren het tweede crematorium van Nederland gebouwd. Daarmee lijkt het cremeren tot een onafgebroken traditie te behoren. Karel de Grote verbood echter in 785 het verbranden van doden en dit verbod bleef tot 1955 van kracht. Alleen bij epidemieën of na veldslagen mocht verbranding nog worden toegepast.
Kerkhof
Aanvankelijk werd buiten de nederzetting begraven totdat het belangrijk werd een graf in of naast de kerk te hebben: 'Hoe dichter bij het altaar, hoe sneller in de hemel'. Zo ontstond ook het kerkhof. Adellijke families hadden hun eigen grafkelders.
Door bevolkingsgroei werd het ruimtegebrek in de kerken nijpend. Het leidde tot stank en dus verzet. Met als uiteindelijk resultaat dat na 1829 door gemeente en kerkbesturen percelen werden aangekocht voor het aanleggen van begraafplaatsen buiten de bebouwde kom.
Crematorium
Tegelijk met het verzet tegen het begraven in en rond de kerk ontstond de interesse in cremeren. De bouw van het crematorium in Dieren ging vooraf aan de wettelijke toestemming voor het cremeren.
Bron: Canon van Rheden