150.000 jaar geleden

In de voorlaatste ijstijd, 238.000 tot 128.000 jaar geleden, was Noord-Nederland en ook het gebied van de Zuidoost-Veluwe, bedekt door immense gletsjers. Rivierafzettingen van zand, grind en klei werden door de druk van het ijs opgedrukt tot zogenaamde stuwwallen.
Klimaatverandering
Door het warmer wordende klimaat verdween de ijsmassa. Het smeltwater zocht zich een weg naar de lagergelegen rivierbedding van de Rijn en de lagere delen van het Veluwemassief. Het bracht veel zand en grind mee naar de randen van dit gebied. Op deze puinwaaiers hebben de dorpen van de gemeente Rheden zich ontwikkeld.
In de laatste ijstijd, tussen 116.000 en 11.500, heeft het landijs ons land niet meer bereikt. Het klimaat bleef echter koud en veroorzaakte een vrijwel constant bevroren bodem (permafrost). Hierdoor kon het smeltwater 's zomers niet wegzakken en sleten de smeltwaterdalen nog dieper uit.
Geen vegetatie
In de ijstijden groeide er nauwelijks enige vegetatie waardoor zand en stof door stormen werden meegevoerd. Het fijnste zand (löss) werd door de wind het verst meegenomen en op de grens van hoog naar laag afgezet. Oude boerennederzettingen zijn juist hier gelegen omdat deze gronden goede landbouwgronden bleken te zijn.