Boerenleven

2-14-1

Het boerenleven in Spankeren
Het boerenleven in Spankeren is vooral in de tweede helft van de 20e eeuw ingrijpend veranderd. Spankeren was lang een echt boerendorp, met bedrijven die overgingen van vader op zoon. Vanouds was er vaak een relatie met de grote landgoederen, Gelderse Toren en Bockhorst.

Vroeger ging het om gemengde bedrijven met bouwland, weiland, wat koeien en een paard, een paar varkens, kippen, schapen, wat hoogstam fruitbomen en een grote moestuin.

De hoge grond, de enk, was bouwland. Daar werd rogge verbouwd en haver, aardappels en voederbieten. De lagere grond, door slechte ontwatering vaak nat, was niet geschikt voor bouwland, daar werden de koeien geweid. Soms was het land zo nat dat het alleen maar één of twee keer per jaar gehooid kon worden.

De boerderij was gericht op zelfvoorziening. Deze vorm van bedrijfsvoering was arbeidsintensief.

Na de Tweede Wereldoorlog
Na de oorlog werd door de wederopbouw en de industrialisatie arbeid op de boerderij schaars en duur.

2-23-3

Het accent verschoof naar marktgerichte productie. In Spankeren verdwenen de kleine boerenbedrijven, maar ook de middenstand. Melkveebedrijven bleven over; met een flinke omvang, een sterke mechanisatie en een grote efficiëntie. De grond van de ‘stoppers’ kwam meestal bij de blijvende bedrijven terecht. Het dorp en het landschap veranderde.

In de 21e eeuw stopte ook een aantal melkveebedrijven. Veel van de voormalige boerderijen hebben nu alleen nog een woonfunctie.